De 2e Penningmeester
60ste VerantwoordingMet grote dank, mede aan hen die medehielpen, vermelden wij te hebben ontvangen van de heren: P. de Kwant te Krimpen a/d IJssel nagekomen contributie ƒ 3.— en vrij gift ƒ 1.—. Samen ƒ 4.— C. Udo te Ede, contributie van 15 contribuanten aldaar - 24.— J. H. Buijs te Langb ...
De Hofnar van Gelre
Maar thans, thans is zij geheel van eigen kommer en verdriet vervuld. Met lome stappen keert ze, soms wankelend als een dronkaard, naar heur eenzame woning terug.Ach, wat gevoelt ze zich nu verlaten ! wat kwellen haar zorgen, onrust, vrees ! Als zij, naar gewoonte de wekelijkse biecht zal ...
De Hofnar van Gelre
Dat laatste deed ik niet, om de nagedachtenis van m'n man. Misschien had ik 'm nog wel aan je man gegeven, als neef Occo mij indertijd niet had laten beboeten, voor dat geneesmiddel, je weet wel.'k Was toen erg boos op hem ! 'k Zei bij mij zelf : Fij, neef Occo, mij zó te behandelen ! Nu k ...
De Hofnar van Gelre
„Laat los ! laat los !" krijst hij uit alle macht.En tegelijk springt de gezel met zijn makkers .de benarde twee te hulp.Wel worden Resius en Siebe thans weer losgelaten, niettegenstaande de verwoede uitvallen van pater Boudewijn, doch daarmee zijn ze nog niet het gevaar ontkomen. W ...
De Hofnar van Gelre
HOOFDSTUK IX. IN DE OPTOCHT. ,, Ah ! daar heb je Cornelis !" Met deze woorden wordt onze gezel in de ochtend van de volgende dag door meester Rutger in diens huiskamer ontvangen. De huisvrouw is juist druk in de weer met het klaar zetten van het ontbijt, daarbij ...
De Hofnar van Gelre
En uit geheel haar hart zucht ze de zanger na : ,,Mijn hart is geslagen en verdord als gras, zodat ik vergeten heb mijn brood te eten. Ik ben een roerdomp der woestijn gelijk geworden, ik ben geworden als een steenuil der wildernissen. Ik waak, en ben geworden als een eenzame mus op het dak. Ik e ...
De Hofnar van Gelre
Een Vader bezit Cornells niet meer, wel een moeder. Buiten haar schijnen er voor hem geen verwanten meer te bestaan. Die moeder heet Wijntje, maar wordt in de wandeling, omdat zij reeds lange jaren met haar zoon een klein huis bewoont, dat nabij ide Vispoort op een zogenaamde dam staat. Wijntj ...
De Hofnar van Gelre
Hoor, wat is dat ? ! Zijn ze daar reeds, de plunderaars ? Hoor, de klopper valt neer en men ringelt aan de kruk der buitendeur.Neen, ze zal maar niet opendoen. Hoe gelukkig, dat ze zoeven de deur goed heeft gegrendeld ! Als de soldaten bemerken, dat ze niet zo gemakkelijk kunnen binnenkome ...
DE HOFNAR VAN GELRE
Hierop heffen enkelen hun kroezen omhoog en zingen, als om alle ernstige en sombere gedachten te verdrijven, 't welbekende liedje:„Nog een glacie Na de gracie
Naar de les van Bonifacie !" De pater Cellarius is terstond bereid om aan dit verzoek te voldoen, temeer, daar hij ...
DE HOFNAR VAN GELRE
Allen luisteren, luisteren aldoor met steeds meer gespannen aandacht, als Siebe een lang verhaal doet van alles, wat hem vooral in de laatste dagen is overkomen : van zijn zielestrijd, zijn ontvluchting uit het klooster ; van het onweer, de gevangenneming, de verlossing ; maar 't meest van wat ...